Dit zijn de top 10 meest bijzondere dieren die op de Noordpool leven

Als je de meeste Nederlanders vraagt welke dieren er op de Noordpool leven, dan is de kans groot dat ze dan alleen maar de ijsbeer op kunnen noemen. Een enkeling zal waarschijnlijk zeggen dat er pinguïns wonen, maar die komen natuurlijk alleen maar op de Zuidpool voor. Het zal je misschien verbazen, maar er blijken in het letterlijk ijskoude klimaat van de Noordpool toch nog ruim 30 verschillende diersoorten te kunnen overleven. De 10 meest bijzondere daarvan vind je hieronder.

1. Het dalls schaap

Deze wilde schapensoort wordt ook wel het dunhoornschaap genoemd. Ze hebben een witte tot lichtbruine vacht en naar achter gebogen geelbruine hoorns, die bij de mannetjes meestal het grootst zijn. Ze houden zich vooral op in de buurt van hellingen met een ruige ondergrond, zodat ze gemakkelijk aan onder meer wolven, beren en coyotes kunnen ontsnappen, die dit soort schapen als hun prooi beschouwen. Bijzonder aan dalls schapen is dat de mannetjes en de vrouwtjes voor het grootste deel van het jaar geen gezamenlijke, gemengde kuddes vormen. De enig uitzondering hierop is de paringstijd, die in de maanden november en december plaatsvindt.

2. De arctische donsvlinder

Kan een vlinder in de extreme kou van de Noordpool overleven? Wel als deze over donsachtige vleugels beschikt en een soort van antivriesmiddel door z’n aderen kan laten pompen. De arctische donsvlinder is dus niet alleen maar een bijzondere verschijning, maar beschikt ook over superkrachten waar andere vlinders alleen maar van kunnen dromen. Die superkrachten zorgen er ook meteen voor dat deze donsvlinders tot wel 14 jaar oud kunnen worden. Net als alle andere vlinders begint ook het leven van de arctische donsvlinder als een rups, die op zichzelf ook al 7 complete jaren nodig heeft om voldoende kracht te verzamelen voor het verpoppen.

3. De noordse stern

Uiterlijk heeft de noordse stern veel weg van het het visdiefje. Alleen het verendek is bij de eerstgenoemde vogel spierwit en de snavel wordt in het broedseizoen helemaal rood. In tegenstelling tot de eerder genoemde alphensneeuwhoen is de noordse stern wel een koukleum. Als de echte poolwinter aanbreekt, verhuist hij tijdelijk naar het op dat moment warmere Antartica op het zuidelijke halfrond. Om die reden is de noordse stern waarschijnlijk het enige dier ter wereld dat gedurende zijn leven het meeste daglicht ziet.

4. De hermelijn

Net als de veelvraat is ook de hermelijn een marterachtige, maar dan een veel kleinere soort. Ze worden doorgaans tussen de 16 en 31 centimeter groot. Hermelijnen zijn alleen in de wintermaanden echt wit. In de zomerperiode wordt hun vacht tijdelijk roodbruin. In het poolgebied jaagt de hermelijn zowel overdag als ‘s nachts op vogels en knaagdieren. Tijdens de paartijd in de maanden mei en juni trekt het mannetje er bewust op uit om elders een geschikt vrouwtje voor zijn nageslacht te kunnen vinden. Daarbij gaat hij niet bepaald over één nacht ijs. Hij doorkruist vaak meerdere verschillende territoria voordat hij zijn definitieve paringskeus maakt.

5. De narwal

Deze arctische tandwalvis behoort tot de familie van de grondeldolfijnen. De mannetjes herken je overduidelijk aan hun slagtand, die vanuit de linkerkant van hun bek naar voren priemt. Zo’n slagtand kan tot wel 3 meter lang worden, terwijl de narwal zelf – zonder slagtand – ook al 4 a 5 meter lang is. In eerste instantie werd gedacht dat deze zeedieren hun slagtand alleen maar gebruikten om met elkaar te dueleren. Recentelijk onderzoek heeft echter het sterke vermoeden gewekt dat het gevaarte een soort van natuurlijk meetapparaat is, waarmee de narwal zelfstandig de temperatuur, druk en samenstelling van het water en de lucht vast kan stellen.

6. De alpensneeuwhoen

Zoals de naam al doet vermoeden komt de alphensneeuwhoen in de bergen van de Alphen voor. Dat zijn echter niet exact dezelfde vogels die je in het Noordpoolgebied aan zal treffen. Wereldwijd zijn er namelijk 31 verschillende soorten van dit soort hoenderen. In de wintermaanden is de alphensneeuwhoen inderdaad sneeuwwit, terwijl het verendek van de mannetjes in het zomerseizoen deels bleekgrijs en van de vrouwtjes goudgeel wordt. In tegenstelling tot veel andere vogels trekken ze in de winter niet naar warmere zuidelijkere streken om de kou te ontvluchten. Om ook in de wintermaanden voldoende voedsel te kunnen vinden graaft de alphensneeuwhoen zelfs complete gangen in de sneeuw.

7. De muskusos

Dit plompe, holhoornige hoefdier beschouwt de Noordpool als z’n thuisbasis. Deze os dankt zijn naam aan de muskusachtige geur van zijn urine, die hij over het achterste van zijn vacht verspreidt. Op het eerste gezicht zou je het niet verwachten, maar volgens experts is de muskusos een ver familielid van de antilope, die zich vanwege de evolutie prima aan het koude klimaat heeft aangepast. Deze ossen leven in kuddes van 20 tot 100 dieren en hebben een zomer- en een wintervacht, die respectievelijk donkerbruin en zwartbruin is. Hun grootste natuurlijke vijand is de poolvos.

8. De bandrob

Deze zeehondensoort dankt zijn naam aan de (meestal) drie witte of gele banden op zijn verder bruine tot donkerbruine lichaam. Ondanks het feit dat bandrobben al in het jaar 1783 werden ontdekt, is er vrij weinig over deze diersoort bekend. Zo blijkt het dat ze op hun rechterborst over een luchtzak beschikken, maar is het niet duidelijk wat daar de functie van is. Het vermoeden bestaat dat het een soort van natuurlijke doedelzak is, die mannetjes gebruiken voor het produceren van (lok)geluiden. Wat wel vast staat is dat de bandrob tot bijna een half uur onder water kan blijven en dat hij graag diverse vissoorten, inktvis en garnalen eet.

9. De papegaaiduiker

Vanwege zijn bijzondere manier van voortbewegen wordt de papegaaiduiker ook wel ‘de clown onder de zeevogels’ genoemd. Een andere bijzonderheid aan deze vogel, is dat zijn uit 8 plaatjes bestaande snavel door het jaar heen telkens verandert. Zo heeft de papegaaiduiker in de winter een duidelijk kleinere snavel dan in het zomerseizoen. Tijdens het broedseizoen is de snavel het meest felgekleurd. Eieren uitbroeden doen papegaaiduikers het liefst in kolonies. Soms zitten er wel vele duizenden broedende vogelparen bij elkaar op hellingen die uitzicht op de open zee bieden. Het voedsel van de papegaaiduiker bestaat onder meer uit vissen en kreeftjes.

10. De veelvraat

De veelvraat is de grootste, op het land levende martersoort. Zijn naam wekt de indruk dat het een soort van Holle Bolle Gijs zou zijn, die doorlopend zijn buikje rond eet. Maar dat is niet de meest voor de hand liggende veronderstelling. De naam is waarschijnlijk gewoon een Nederlandse verbastering van het Oudnoorse woord ‘fjeldfross’, dat vrij vertaald ‘bergkater’ betekent. Eeuwen geleden kwamen veelvraten ook veel in zuidelijkere streken op het noordelijk halfrond voor. Vandaag de dag beperkt hun leefgebied zich vooral tot koude gebieden, waaronder de noordpool. Veelvraten staan bekend als sterke en moedige beesten. Ze deinzen er dan ook niet voor terug om grote dieren aan te vallen, die ze zelf als een interessante prooi beschouwen.

Wat vond je van dit artikel?

Top 10 handigste gadgets voor in de auto tijdens je vakantie

8 Uilensoorten Die In Nederland Voorkomen